Nauwelijks beweging in grondmarkt: amper 2 procent wisselt van eigenaar

Het percentage van 2025 (1,9 procent) past in een langjarig gemiddelde. De laatste tien jaar schommelde de verhandelde oppervlakte grofweg tussen 30.000 en 40.000 hectare, met een eenmalige uitschieter naar beneden in 2023. Regionale verschillen zijn er echter wel degelijk. In Noord-Nederland in de polders is de mobiliteit het laagst, terwijl er in Oost- en Zuid-Nederland relatief veel landbouwgrond van eigenaar wisselt.
Dat grote akkerbouwgebieden in Noord-Nederland en de polders, zoals Noordelijk Friesland, het Oostelijk Hogeland en de Noordoostelijke Polder de laagste mobiliteit kennen, hangt volgens de onderzoekers waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van grote, kapitaalintensieve bedrijven die weinig grond loslaten. Anderzijds is in regio’s als Noord-Limburg, de Peel en delen van Gelderland en Drenthe de mobiliteit juist wat hoger. Daar zorgen kleinschaliger bedrijfsstructuren, meer bedrijfsbeëindigingen en grotere concurrentie van functies als wonen en infrastructuur voor meer dynamiek op de grondmarkt. Die regionale patronen blijven over de jaren opmerkelijk consistent.
Grond blijft in de familie
Een belangrijk deel van de verklaring voor de lage mobiliteit ligt in het feit dat grond zelden de familie verlaat. Bedrijfsoverdrachten binnen de familie tellen niet mee in de cijfers over de vrije markt, en fiscale regelingen maken het aantrekkelijk om verkoop uit te stellen. Denk aan het vermijden van belasting over stille reserves of het gebruik van doorschuifregelingen. Daarnaast speelt speculatie een rol: eigenaren houden grond vast in afwachting van een betere opbrengst bij een toekomstige bestemmingswijziging.
Vergrijzing brengt dynamiek niet op gang
De landbouwsector vergrijst sterk: in vrijwel alle regio's is 65 tot 75 procent van de ondernemers ouder dan 51 jaar. Bovendien heeft in gebieden als Salland, de Achterhoek en de Oostelijke Veluwe 30 tot 45 procent van de bedrijven geen opvolger. Toch zien de onderzoekers dat dit niet automatisch tot meer aanbod op de grondmarkt leidt. Ook zonder opvolger blijft grond vaak in familiebezit, wordt grond verpacht of wordt verkoop om fiscale redenen uitgesteld. Het potentieel is er dus wel, maar het komt nauwelijks tot uiting in daadwerkelijke transacties.
Schaalvergroting en omschakeling onder druk
De gevolgen van de lage mobiliteit zijn concreet. Voor boeren die willen groeien of extensiveren is het moeilijk en duur om grond te verwerven. Wie wil omschakelen naar biologische of regeneratieve landbouw ziet zich geconfronteerd met grondprijzen die niet meer terugverdiend kunnen worden uit de bedrijfsvoering. Datzelfde geldt voor partijen die grond nodig hebben voor natuur, woningbouw of infrastructuur.
De onderzoekers concluderen dat de lage mobiliteit niet vanzelf verdwijnt. Zolang fiscale prikkels verkoop ontmoedigen en de vraag structureel hoog blijft, zal beschikbare grond schaars en duur zijn. Het complete onderzoek is hier te lezen.
Tekst: Redactie
Beeld: Ruth van Schriek
Bronnen: Kadaster, Wageningen University & Research
