Minister Van Essen wil toe naar een meer plantaardig eetpatroon in Nederland

‘De verduurzaming van de voedselproductie en onze consumptie zie ik als belangrijke speerpunten’, schrijft de minister in zijn beantwoording van vragen die tijdens de eerste termijn van de behandeling van de landbouwbegroting zijn gesteld. Een van die vragen heeft betrekking op zijn visie op de eiwittransitie. ‘Ik onderschrijf de adviezen van de Gezondheidsraad, en het Voedingscentrum, om een meer plantaardig eetpatroon na te streven. Dit is niet alleen van belang voor onze gezondheid, maar ook voor het milieu.’
50 procent plantaardige eiwitten
Van Essen ambieert om in 2030 een balans in de gemiddelde eiwitconsumptie te bereiken van 50 procent dierlijke eiwitten en 50 procent plantaardige eiwitten. ‘In 2025 consumeerden Nederlanders nog gemiddeld 60 procent dierlijke eiwitten. De cijfers veranderen de laatste jaren niet.’ De minister geeft aan dit te monitoren en zich de komende periode te willen inzetten voor verdere verduurzaming van de consumptie. ‘De komende periode bekijk ik hoe mijn volledige beleidsinzet op duurzaam voedsel er precies uit gaat zien. Hierin zal ik ook de nieuwste Eiwitmonitor van maart 2026 en de vernieuwde Schijf van Vijf, die het Voedingscentrum in april lanceert, meenemen.’ De minister zal de Kamer hierover in het najaar informeren.
De minister noemt onder meer inzet op voorlichting, consumentenactivatie, de voedselomgeving en een groter aanbod plantaardige eiwitten in het kader van verdere verduurzaming van de consumptie. Een groter aanbod van plantaardige eiwitten werkt Van Essen onder andere uit in een bredere ketenaanpak. ‘Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het maken van afspraken met retail en food service over een groter plantaardig aanbod. Ook het inkoopbeleid van het Rijk is een belangrijk instrument om dit aanbod te vergroten en de markt te activeren. Vanuit mijn ministerie worden via de Kennis- en Innovatie Agenda (KIA) Landbouw, Water, Voedsel, verschillende publiek-private samenwerkingen ondersteund om de samenstelling en smaak van plantaardige alternatieven te verbeteren. Daarnaast kijk ik naar de mogelijkheden om een duurzamere voedselomgeving te stimuleren via adviezen van het Voedingscentrum, maar ook door afspraken te maken met o.a. de retailers over prijs, plaatsing en promoties.’
Beeld: Susan Rexwinkel



