Column: Kabinet blijft zich verschuilen achter modellenwerkelijkheid

In december 2024 publiceerde ik een artikel over de onzekerheden die samenhangen met mestverspreidingsmodel Initiator. Dit model van de Wageningse universiteit voedt zowel stikstofmodel Aerius als het Landelijk Waterkwaliteitsmodel (LWKM). Dat laatste model gebruikt de ruimtelijke verdeling van dierlijke mest, kunstmest en overige organische meststoffen die Initiator berekend. Uit mijn artikel blijkt Initiator 100 procent onzekerheid te kennen als het gaat om uitspoeling van meststoffen naar het oppervlaktewater. De belangrijkste oorzaak daarvoor is dat het model ervan uitgaat dat de mest die geproduceerd wordt binnen een bepaald gebied daar ook wordt afgezet. In gebieden met veel mestproductie kom je dan uit op mestafzet boven de gebruiksnorm en dan gaan alle alarmbellen natuurlijk af.
Waarschuwing
Dit was overigens niet mijn eigen conclusie, maar de conclusie van Wageningen. Het staat in één van de rapporten over Initiator. Ik stelde er vragen over omdat het jaren geleden al werd vastgesteld. Er bleek alleen niets mee gedaan te zijn. En dat is relevant. Ik voorzie dat we straks na de crisis rondom stikstofmodel Aerius ook een juridische crisis rondom oppervlaktewater krijgen, wanneer de normen voor de Kaderrichtlijn Water niet gehaald gaan worden. Mijn artikel zou je kunnen zien als een waarschuwing met de hoop dat Wageningen en overheden nog wat zullen aanpassen of verbeteren. In ieder geval de provincies Utrecht en Gelderland gebruiken de uitkomsten van Initiator al, om daar beleid op te baseren.
Voor Cor Pierik, destijds Tweede Kamerlid namens de BBB, was het artikel aanleiding om er vragen over te stellen aan minister Wiersma. Maar het duurde dus veertien maanden voordat die werden beantwoord. Tussentijds werd de Tweede Kamer één keer geïnformeerd dat de wettelijke termijn van drie weken niet gehaald ging worden.
Er is niets beters
De antwoorden zijn teleurstellend. Misschien moet ik het woord ‘schokkend’ gebruiken, want het huidige demissionaire kabinet verschuilt zich achter dezelfde terminologie als bij Aerius. De beleidsmedewerkers van de minister konden opvallend genoeg de 100 procent onzekerheid niet vinden. Dat staat op pagina 70 van het rapport 2019 (Kros, et al.) Ruimtelijke allocatie van mesttoediening en ammoniakemissie (beschrijving module Initiator versie 5). Pierik vroeg: Bent u het eens met de stelling dat de inzet van dit model leidt tot strengere maatregelen in een landbouwdeelgebied als daar een (onwaarschijnlijk hoge) overbemesting wordt berekend? Het antwoord van de minister is: „Initiator is een model dat, net als ieder ander model, onzekerheden bevat. Initiator is nu het beste rekenmodel voor het toeleveren van informatie over de mestverdeling aan het Landelijke Waterkwaliteitsmodel waarmee de verwachte af- en uitspoeling van nutriënten naar het water wordt berekend.”
De kans is groot dat er helemaal geen ander model is en dan is dit het enige model en automatisch het beste. En als er wel andere modellen zijn, dan zie ik graag een onderzoek dat aantoont dat Initiator het beste model is. Ik ben dat zelf nog niet tegengekomen. Maar het doet er eigenlijk niet toe of dit het best beschikbare model is. Als het model uitkomsten geeft met zulke grote onzekerheden, dan moet je het gewoon niet inzetten voor beleid. Dat gebeurt nu wel, waardoor provincies onterecht maatregelen voorstellen richting de landbouw die ingrijpend kunnen zijn.
Vertrouwen in wetenschap
Pierik wilde ook weten waarom het model, dat enkel bedoeld is om effecten van beleidsmaatregelen door te rekenen, in de praktijk wordt gebruikt om landbouwdeelgebieden overbemesting en vervuiling van waterkwaliteit in de schoenen te schuiven. Een nogal pittige vraag, zelfs voor Pierik, maar er komt geen antwoord op. De minister komt niet verder dan: „We kunnen op dit moment niet zonder modellen die input leveren voor het maken van beleidskeuzes. Het is een model dat is gemaakt door een onafhankelijk wetenschappelijk instituut. Ik vertrouw op hun deskundigheid.”
Vertrouwen op wetenschap is natuurlijk goed, maar bij de discussie rondom Aerius zien we dat er door druk van buitenaf pas echt kritisch naar het model werd gekeken en er aanpassingen kwamen. Dat had de wetenschap niet uit zichzelf gedaan. En die illusie hoeven we denk ik ook niet bij Initiator te hebben. Het ministerie gaf bovendien de WUR-opdracht om de onnauwkeurigheden van het eigen model te onderzoeken. De minister noemt het zelfs begrijpelijk dat de ontwikkelaars van het model betrokken zijn bij zo’n onderzoek. Het riekt hier toch echt naar een slager die zijn eigen vlees mag keuren en daar ook nog voor betaald krijgt. Het zou wel een verklaring kunnen zijn voor de vraag waarom de rekenmodule van Initiator die te veel mest toerekent aan gebieden nooit is aangepast.
Interview door WUR
Mijn artikel en de vragen van Pierik leidden voor mij tot een uitnodiging om deel te nemen aan een onderzoek van Wageningen Universiteit over modellen. Omdat die nu onderdeel zijn van het maatschappelijk debat willen ze begrijpen hoe er tegen modellen en de inzet daarvan wordt aangekeken en waar het schuurt. Met die inzichten kunnen onderzoekers en beleidsmakers dan hun voordeel doen. Ik zeg meestal ja tegen dit soort verzoeken, omdat ik daar zelf ook weer van leer. In dit geval gaven de interviewers aan dat er blijkbaar een discussie bestaat tussen twee verschillende ministeries in Den Haag die verschillend naar het gebruik van Initiator kijken. Dat zou zomaar de verklaring kunnen zijn, waarom beantwoording van de vragen veertien maanden op zich liet wachten. Ze waren het dan niet eens over de beantwoording.
Verder kwam de vraag aan bod of de WUR duidelijker had moeten communiceren aan provincies en rijk over de grote onzekerheden en waarvoor het model wel en niet ingezet kan worden. Ik denk dat de onderzoekers daar inderdaad meer nadruk op kunnen leggen, maar dat het ook een taak is van ambtenaren om zich goed te vergewissen van die onzekerheden en dat ook te benoemen in plannen die door politici worden voorgesteld. Pierik had blijkbaar dezelfde gedachte en wilde ook van het kabinet weten waarom de onzekerheden niet door overheden in plannen worden gemeld. De minister kwam helaas niet verder dan dat het model voortdurend gevalideerd, onderhouden en verbeterd wordt. Tja, dat is geen antwoord op de vraag.
Het artikel en de vragen hebben de onderzoekers binnen de WUR wakker geschud en ik hoop dat er daardoor iets ten positieve verandert. Maar op basis van de antwoorden van het ministerie verwacht ik beleidsmatig voorlopig nog geen verbeteringen.




