Gedeputeerde Mariëtte van Leeuwen (BBB): ‘Ik voel een diepe verantwoordelijkheid van boer tot dijk’

Toen het plan begin april wereldkundig werd gemaakt, kreeg ze complimenten van natuurorganisaties, VNO-NCW, Bouwend Nederland, Transport en Logistiek Nederland, en industriële bedrijven. Maar vanuit de gangbare landbouw kwam een stortvloed aan kritiek. Van Leeuwen kreeg een petitie overhandigd met ruim drieduizend handtekeningen tegen het plan. Ook was er een boerenprotest in de Krimpenerwaard.
De Zuid-Hollandse gedeputeerde had dit van tevoren absoluut niet verwacht. „Ik was verrast, want ik ging ervan uit dat veel informatie al bekend was. In gebiedsprocessen is met enige regelmaat over een ammoniakplafond gesproken. Ik dacht dan ook: daar schrikt niemand van, want het is geen nieuw beleid. Ook in het voorontwerp van het Zuid-Hollands Landelijk Gebied (ZH-PLG) stonden al bepaalde maatregelen genoemd die nodig zijn voor het halen van doelen op het gebied van natuur, water en klimaat.”
Na publicatie bleek er een kloof te zitten tussen wat de buitenwereld weet en waar de provincie al veel langer mee bezig was, reflecteert Van Leeuwen. „Ik had misschien beter mijn oor te luister moeten leggen in de sector. Zodat ik daar bij de publicatie van het plan meer gevoel bij had gehad. Dit toont aan dat wij hier gewoon een productiehuis zijn, dat beleid op beleid ontwikkelt. Net als een boer werken we hier ook weleens zeventig uur per week. Je verliest dan soms het contact met de buitenwereld. Dat is hier het geval geweest.”
Focus op landbouw
Ammoniakplafonds voor melkveehouderij, overgangszones waar noodzakelijk en nuttig nabij Natura 2000-gebieden, actief grondbeleid voor extensivering, inzet op grond en stikstofruimte van natuurlijke stoppers: zaken die nog uitgewerkt moeten worden en nog lang geen voldongen feit zijn. Provinciale Staten beslissen uiteindelijk welke maatregelen wel of niet worden ingevoerd.
Op het eerste oog lijkt de focus erg op de landbouw te liggen. Het plan lijkt niet bepaald een BBB-sausje te bevatten. Is dit dan een politiek compromis van Van Leeuwen, omdat ze in een coalitie zit met GroenLinks-PvdA, CDA en de VVD? „We hebben een coalitie met grote ideologische verschillen. Dat is gewoon een feit. De samenstelling van dit college doet recht aan wat de kiezer destijds heeft gezegd. Op dit college ben ik aan de ene kant ontzettend trots, maar aan de andere kant betekent dat een ongelofelijke uitdaging. BBB is dan wel de grootste partij in de Staten, dus ik voel ook als gedeputeerde de verantwoordelijkheid om de boel bij elkaar te houden. Ook voel ik de verantwoordelijkheid voor de landbouwsector waar mijn partij zich zo hard voor maakt. Dat wil ik ook uitdragen, zonder geweld te doen aan andere partijen binnen de coalitie. Dat betekent dat ik altijd politieke compromissen moet zoeken om de coalitie bij elkaar te houden. Ik ben van één ding overtuigd: het helpt niet als de coalitie klapt.”
Hebt u de afgelopen weken weleens gedacht dat de coalitie zou klappen door uw stikstofplan?
„Nou, toen ik aan de ontwikkeling van Sane begon, dacht ik echt wel van ‘Wow, hoe ga ik dit droog naar de buitenwereld brengen’ en ‘hoe zorg ik dat de coalitiepartners ook aangehaakt blijven’. Dat was en blijft een uitdaging.”
In de commissievergadering op woensdag 28 mei moest u de Staten vragen of u verder mocht met de uitwerking van het stikstofplan. Een oproep vanuit de oppositie om Sane terug te sturen naar de tekentafel werd door enkele oppositiepartijen én uw eigen partij, de BBB, gesteund. De andere coalitiepartijen deden dat niet. Was dat pijnlijk voor u?
„Ik was flabbergasted. Ik begrijp het dilemma van de BBB op het moment dat ze daarmee geconfronteerd worden en ze benaderd zijn door boze boeren. Maar het was wel echt ongemakkelijk voor mij. Vergelijk het met een hielprik. Als ouder denk je: hoe kun je zo’n klein baby’tje, dat fragiel en kwetsbaar is, nu pijn laten lijden? Toch doet iedere ouder het. Omdat dit het beste is voor je kind. Dat gevoel had ik ook. Ik voel mij als bestuurder verantwoordelijk om een stap voorwaarts te zetten, net als de ouder. Het was noodzakelijk, hoe pijnlijk ook. Ik had liever gehad dat BBB tijdens het debat even had geschorst, zodat ik kon uitleggen wat het betekende als ze dit zouden steunen en welke uitstraling dit geeft.”
Uw partij BBB is uitermate kritisch is op het stikstofplan. Geeft u dat niet meer slagkracht binnen het college, met onder meer GroenLinks-PvdA-gedeputeerden?
„Nee dat is niet zo. Het is heel fijn dat de BBB ook hun successen kunnen delen, maar we zijn een duaal bestuur. De fractie mag gewoon echt een ander standpunt innemen dan de eigen bestuurder. Maar, ik was bezorgd want als de motie zou worden aangenomen en het stikstofplan terug zou moeten naar de tekentafel, dan konden we het er pas na de zomer weer over hebben. In de tussentijd gebeurt er niet zoveel en ik zie dagelijks de ellende als gevolg van de stikstofuitspraken. Als ik opnieuw had moeten beginnen dan gebeurt er tot aan september niets. Laat ik duidelijk zijn. Er zijn hier in mijn kantoor meer tranen geplengd door organisaties die vastlopen dan ooit tevoren in mijn politieke carrière. Ik zou het van mijzelf echt een bestuurlijke misser vinden als de motie aangenomen zou worden met steun van de BBB.”
Trekt u daar ook een rode lijn voor uzelf?
„Nee ik ben niet zo van de rode lijnen. Ik ben ervan overtuigd dat ik meer kan bereiken door aan het stuur te zitten dan aan de zijlijn te staan. Sommige dingen worden niet altijd zichtbaar voor de agrarische sector, maar ik weet natuurlijk wel wat hier binnenskamers allemaal rond is gegaan. Dit zijn zaken die uitermate gevoelig liggen, bijvoorbeeld het intrekken van de latente ruimte. Dat is hier meermaals ter sprake gekomen. Ik heb gezegd dat ik dat diefstal vind en dat ik dat daarom niet wil doen. Er zijn zaken onbespreekbaar geworden. Ik hoef daarvoor niet op het schild gehesen te worden, maar ik wil wel dat boeren weten dat ik handel voor die agrarische sector die ik zo lief heb. Daarom ga ik ook zeker niet weg. Ik blijf knokken voor boeren en burgers.”
Tijdens de laatste Statenvergadering op 11 juni werden, ook door de coalitie, de nodige moties en amendementen ingediend. Je kunt dan ook de conclusie trekken dat het oorspronkelijk plan dat u in april presenteerde, kwalitatief niet goed genoeg was.
„Ik zeg niet dat het plan niet goed is. Met een motie of amendement dat aangenomen wordt, kan een partij bijdragen aan een in hun ogen nog beter plan. Van bijna elke partij uit de Staten is wel een motie of amendement aangenomen. We hebben daar ook een nieuw proces voor ingericht. Normaalgesproken dan komen partijen in de tweede termijn met een motie of amendement, waarbij je dan soms van alles moet ontraden omdat iets niet uitvoerbaar is. Omdat ik de partijen echt wilde gunnen dat zij hun eigen kleur en smaak konden meegeven., hebben we eerder al ons oordeel vanuit het college over de moties gegeven. Partijen konden toen voorafgaand aan de Statenvergadering bepalen of ze deze wilden aanpassen of niet. Dat werd als erg prettig ervaren. Iedereen kon tevreden terug naar de eigen achterban.”
Boeren vinden dat het plan te veel focust op de landbouw, en dat de industrie en mobiliteit ook moeten bijdragen. Sane zou ontwikkeld zijn om de vergunningverlening voor met name de industrie los te trekken. De agrarische sector zou dan mee kunnen profiteren.
„Dat is echt nooit, nooit, nooit het idee geweest. Ik heb mij persoonlijk er hard voor gemaakt dat we ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) gaan scheiden. Ik heb daar meerdere redenen voor. Het is eerlijker en het doet ook meer recht aan boeren. Schiphol koopt boerderijen op voor stikstof. Tegen zo’n grootmacht zijn boeren niet opgewassen.”„Het klopt dat de agrarische sector al een enorme stikstofreductie heeft bewerkstelligd. Alleen was de juridische borging niet altijd even goed. Dat kan ik zelf niet altijd voorkomen, maar het eerlijke verhaal is wel dat we een afvlakking zien in de reductie door de landbouw. Daardoor lopen we iedere keer vast bij de rechter. Die doet er steeds een tandje bij, omdat we als Nederland te weinig werk maken van natuurherstel.”„Als je dan de opgave voor de landbouw en industrie scheidt van elkaar, staan ze beide voor een eigen opgave. We moeten ook niet vergeten dat de industrie vanuit het Klimaatakkoord al veel maatregelen opgelegd heeft gekregen. Er ligt ondertussen geen landbouwakkoord. De suggestie dat alleen de agrarische sector moet leveren met Sane, daar heb ik wel moeite mee. Want de industrie is gehouden aan de best beschikbare technieken. Dat is gewoon een maatregel die is opgelegd. Industriebeleid is een Rijksaangelegenheid en dat is ook logisch, want bijvoorbeeld de Rotterdamse haven heeft een functie op de wereldkaart.”
U wilt kijken of ammoniak en stikstofoxiden kunnen worden gescheiden en voor zowel de landbouw als de industrie een emissiereductiesysteem opzetten. Wat is uw onderbouwing daarvoor?
„Ik heb daarvoor contact gehad met Wouter de Heij en Jan Willem Erisman. Die laatste vertelde dat de opgave voor de landbouw 30 procent kleiner wordt als je stikstof gaat scheiden. Ik heb die stelling nog niet helemaal kunnen doorgronden, maar ik vertrouw hem wel. Ik wil het onderzoeken en, als het kan, pionieren. Ondanks dat het misschien een kop is op landelijk beleid, wil ik hiermee graag voldoen aan de wens uit de sector om er schot in te brengen. We staan nog aan het begin van het proces, en moeten nog kijken naar zaken als de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.”
Intussen bent u ook de vier eerder genoemde maatregelen voor de landbouw aan het uitwerken. Gaat u dat beleid eerder invoeren dan voor de industrie?
We komen met een voorstel met daarbij ook een tijdsplanning. Het kan best zijn dat het plan voor de landbouw eerder klaar is. Dat zegt nog niks over het moment wanneer we overgaan van een streefwaarde naar het instellen van wettelijke normeringen. Daar zit ook nog veel ruimte om zaken aan te passen. Uiteindelijk is het aan de Staten om over alle maatregelen een besluit te nemen. In alle eerlijkheid. Ik ben ook van financiën. Ik heb het liefste zoveel mogelijk reductie voor zo min mogelijk geld. In Sane en in het coalitieakkoord staat dat er toekomstperspectief moet komen voor boeren. Geld wordt een uitdaging, want we zijn de armste provincie van Nederland, Terwijl we de grootste opgaven hebben. Ik wil elke euro zo goed en effectief mogelijk uitgeven en dan is met name innovatie interessant.”
En als bij nader inzien blijkt dat zo’n overgangszone voor stikstof geen effect heeft, voert u het dan ook niet in?
„Alles wat geen effect heeft, daar moeten we per definitie mee stoppen. Ik ben niet iemand die iets bedenkt en maar stoïcijns doorgaat, ook als iets geen effect heeft. We doen dingen, omdat we weer vergunningen willen kunnen verlenen voor de agrarische sector, om woningen te bouwen, en omdat we willen dat de energietransitie doorgaat. En we willen dijken versterken om Nederlanders veiliger te houden. Ik voel een diepe verantwoordelijkheid: van boer tot dijk.”
Het vertrouwen van boeren in uw provincie heeft een flinke klap gekregen door de commotie rond Sane. Hoe zorgt u ervoor dat boeren (weer) aan tafel komen bij de gebiedsprocessen?
„Kijk. Er is maar één plek waar je iets kunt bereiken, dat is aan het stuur. De verantwoordelijkheid ligt grotendeels bij mij, maar ook bij jezelf als boer. Het is voor ons ook lastig. Er zijn torenhoge verwachtingen van de gebiedsprocessen. We hebben straks de uitdagende taak om de plannen uit de gebieden te toetsen: halen we hiermee de doelen? In sommige regio’s zijn ze al goed op weg, maar in sommige gebieden ligt echt nog een behoorlijke uitdaging. Dat kan ik zeggen, omdat ik al wat dingen heb zien binnendruppelen.”„We willen alle gebieden de kans geven, maar ze moeten dan wel het stuur pakken. Als je achter een auto gaat hangen, weet je namelijk niet waar je terechtkomt. Ik ga in elk geval een intensief participatietraject in. Zo wil ik een klankbordgroep inrichten met boeren en andere partijen. De gebiedspartners kunnen dan meedenken. Ook zouden zij bijvoorbeeld kunnen meedenken over een afwegingskader, waarin de juridische en financiële haalbaarheid van bepaalde maatregelen staan. Een ecologische toets is hier ook onderdeel van.”„Soms staan dingen op gespannen voet met elkaar. Bij sommige innovaties is de reductie hoog, maar de juridische robuustheid laag. Ik hoop daarom dat het Rijk ook snel over de brug komt met juridisch houdbare innovaties.”
CV
Mariëtte van Leeuwen komt van oorsprong van het Drentse platteland. Ze groeide op in Vledder. Haar ouders hadden geen boerenbedrijf, maar woonden wel in een boerderijwoning met schapen en paarden. Haar politieke wortels liggen in Zoetermeer. Daar was ze negen jaar gemeenteraadslid en zeven jaar wethouder. Verder heeft ze jarenlang diverse bestuursfuncties bekleed bij onder meer de VNG.

